De oogmeting

De oogmeting, ook wel refractie (= breking in het Latijns) genoemd, bepaalt hoe sterk een brilleglas voor een oog moet zijn. Het brilleglas moet de lichtstralen zo buigen dat zij correct op het netvlies terecht komen. De oogmeting is echter maar een onderdeel van een basis optometrisch onderzoek zoals door ons verricht. Een basis optometrisch onderzoek kunnen we uitsplitsen in de volgende onderwerpen :


Anamnese (voorgeschiedenis)

Om u goed te kunnen helpen dient een zo betrouwbaar mogelijk beeld te worden verkregen. Hiervoor dienen wij inzicht te krijgen in uw optische- oogheelkundige- en medische voorgeschiedenis. Tevens vragen naar (oog)afwijkingen in de erfelijke lijn. Aan de hand van deze informatie kan de optometrist zijn onderzoek aanpassen. Medicijngebruik en bepaalde ziektebeelden kunnen een directe invloed hebben op onze waarneming, de brilsterkten en het welzijn van de ogen.

Naar boven

De objectieve oogmeting

Bij de objectieve oogmeting is tijdens de meting geen communicatie tussen de optometrist en de waarnemer. Deze methode wordt o.a. toegepast als communicatie onmogelijk is, maar ook als uitgangspunt voor een subjectieve meting.

Een objectieve oogmeting kan door een optometrist worden gedaan door middel van skiascopie (schaduwmethode). Ook kan een objectieve oogmeting worden verricht met een oogmeetcomputer (autorefractor).

In vele optiekzaken, bij optometristen en in oogartspraktijken wordt gewerkt met een autorefractor. Deze autorefractor bepaalt op objectieve wijze de oogfout, terwijl de waarnemer naar een plaatje in het apparaat kijkt. De sterkten uit deze apparatuur zijn, door b.v. accommodatie en optische onregelmatigheden in het oog, niet altijd even betrouwbaar. Het is wenselijk deze sterkten "subjectief" te controleren.

Naar boven

De subjectieve oogmeting

Bij de subjectieve oogmeting worden tijdens de oogmeting de visuele bevindingen aan de waarnemer gevraagd.

Een subjectieve oogmeting kunt u vergelijken met de balans zoals Vrouwe Justitia deze draagt. In de ene schaal leggen we een "onbekend gewicht" en in de andere schaal leggen we een gewicht waarvan wij de waarde kennen. Wij vragen de waarnemer welke schaal lager hangt. Aan de hand van de antwoorden kunnen wij het bekende gewicht wijzigen tot dat de balans uiteindelijk in evenwicht komt.

In geval van de oogmeting worden verschillende glazen voor de ogen geplaatst. Op de letterproef kunnen we de visuele verbetering volgen en de brilsterkte nauwkeurig vaststellen.

Het voordeel van een subjectieve oogmeting is dat we niet alleen de optische waarden van het oog meten, maar ook de waarneming van de beelden via de hersenen vernemen. Het kijkproces speelt zich voor het belangrijkste deel af in de hersenen.

Naar boven

De algemene controle van het oog

Met het bepalen van de brilsterkte alleen is een goede oogmeting niet compleet. Een optometrist zal naar aanleiding van uw voorgeschiedenis en klachten een gerichter onderzoek doen. Dit kunnen testen zijn betreffende de waarneming van het ogenpaar. Ook neemt hij testen af die informatie geven over de beweging en samenwerking van beide ogen. De oorzaak van een gevonden afwijking zal door de optometrist worden beoordeeld op zijn oorsprong. Een kritisch in balans functionerent ogenpaar kan het comfortabel kijken behoorlijk ontregelen indien een brilsterkte wordt gewijzigd.

Belangrijke informatie geven de reacties van de pupillen op licht. De pupilbanen lopen in een circuit van de ogen naar de hersenen.Vanuit de hersenstam en het ruggemerg worden de pupillen weer geprikkeld. De pupilreactie kan, op de juiste wijze beoordeeld, uiterst belangrijke informatie verschaffen over het lichaam.

Bij onderzoek met een biomicroscoop wordt gekeken naar mogelijke afwijkingen rond de ogen en in de voorste delen van het oog. Bij afwijkingen worden via een camera in de microscoop beelden van de afwijkingen in de computer opgeslagen. Dit geeft de mogelijkheid om later vergelijk te doen en hierin een tendens te bepalen.

Naast deze bovengenoemde testen wordt de oogdruk gecontroleerd. Een te hoge oogdruk kan leiden tot gezichtsvelduitval (glaucoom) en onbehandeld uiteindelijk tot algehele blindheid. Deze blindheid kan alleen voorkomen worden door het bijtijds signaleren van deze afwijking. De oogdruk alleen zegt echter nog niets over het wel of niet hebben van glaucoom. Iemand kan een verhoogde oogdruk hebben zonder ooit glaucoom te ontwikkelen. Maar glaucoom kan ook voorkomen bij een "normale" oogdruk (low tension glaucoom). Beoordeling van de papil (plaats waar de oogzenuw het oog verlaat) door een optometrist/oogarts is zelfs belangrijker dan de drukbepaling in het oog. De drager van een te hoge oogdruk of een ontwikkelend glaucoom merkt van deze aandoening niets tot aan een gevorderd stadium van gezichtveldverlies. Het voorkomen van deze problemen kan alleen door regelmatige controle van de oogdruk en vakkundige beoordeling van het netvlies.

Mocht er twijfel bestaan omtrent de conditie van het netvlies, dan kan de optometrist besluiten een gezichtsveldonderzoek te laten verrichten. De optometristen van Klein Optiek beschikken over de meest geavanceerde gezichtsveldapparatuur welke op dit moment op de markt aanwezig is. Deze apparatuur bepaalt de gevoeligheid voor licht op een groot aantal belangrijke punten van het netvlies. Die informatie wordt vergeleken door een computer met een uitgebreide database "gezonde ogen". Uiteindelijk krijgt de optometrist een gedetailleerd overzicht van de lichtgevoeligheid van het netvlies.

In sommige gevallen zal de optometrist een contrasttest doen. Deze test geeft nuttige informatie over de kwaliteit van het beeld en het netvlies. Ook zijn bepaalde aandoeningen hiermee vroegtijdig te herkennen.

Ter afsluiting van dit onderzoek kijkt de optometrist met een oogspiegel naar de bodem (fundus/retina) van het oog. Hierbij wordt het netvlies in alle richtingen bekeken en beoordeeld.

Mochten er afwijkingen worden gevonden welke nader bekeken of behandeld dienen te worden, dan worden de bevindingen genoteerd in een verwijsbrief, welke aan u wordt meegegeven voor uw huisarts. De huisarts zal voor eventuele verwijzing naar b.v. de oogarts zorg dragen. Alleen bij acute situaties zal de optometrist u direct verwijzen naar de oogarts.

Naar boven

Disclaimer